zondag 3 februari 2013

Dyslexie in familie zorgt voor tien keer zo grote kans op dyslexie

Kinderen met dyslexie in de familie hebben een tien keer zo grote kans om dyslectisch te worden dan kinderen zonder dyslexie in de familie.

Kinderen met een familiair risico op dyslexie en bij wie het later werd vastgesteld, scoorden als kleuter zwak op taal en voorschoolse vaardigheden. De risicokinderen die geen dyslexie ontwikkelden, vertoonden op sommige vaardigheden milde tekorten.

Elsje van Bergen laat in haar promotie-onderzoek zien dat dyslexie niet een alles-of-niets-conditie is, maar dat het risico op het ontwikkelen ervan continu verdeeld is. De leesvaardigheden van ouders bleken bovendien indicatief voor het risico dat kinderen lopen. Hoe zwakker de ouder, des te groter de kans voor het kind om dyslectisch te worden.

In het onderzoek werden kinderen met en zonder familiair risico vanaf de geboorte 9 jaar lang gevolgd. Nadat ze een paar jaar leesonderwijs hadden gehad, kon worden vastgesteld welke risicokinderen dyslexie hadden ontwikkeld.

Mw. E. van Bergen: Who will develop dyslexia? Cognitive precursors in parents and children. Promotoren zijn dhr. prof. dr. P.F. de Jong en dhr. prof. dr. D.A.V. van der Leij. Co-promotor is dhr. prof. dr. F.J. Oort.

Presentatie op do. 14 feb. 2013 om 14:00 in de Agnietenkapel,
Oudezijds Voorburgwal 229 - 231 | 1012 EZ Amsterdam
(020) 525 2362

Toegang vrij

Gepubliceerd door:  UvA Persvoorlichting




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen