maandag 14 januari 2013

DE dyslect bestaat niet...

Het is namelijk altijd een specifiek kind met zijn/haar eigen karakter en de mate van dyslexie.

Leerlingen met dyslexie vragen een specifieke aanpak. Doordat ze minder makkelijk leren lezen en schrijven en daardoor met meer moeite teksten schrijven vraagt dat van hen buitengewone inspanning. Overconcentratie kan daarvan even goed het resultaat zijn, als vermijdingsgedrag of motivatieverlies.

Op het persoonlijke vlak zijn deze leerlingen in het ene uiterste ultieme doorzetters die vertrouwen in zichzelf houden, in het andere geval kampen ze met een laag zelfbeeld. Kortom, het vraagt veel van de leraar om deze leerlingen erbij te houden, aandacht te hebben voor hun situatie en onderwijs te ontwerpen waarbij dyslexie geen hindernis meer is en de leerling op zijn intellectuele niveau kan presteren.

Kijken in 3D
Een leerling met dyslexie heeft de eigenschap om snel beelden te vormen. Het bijzondere daarbij is, dat hij de beelden tegelijk van alle kanten kan waarnemen. Bij het zien van een plaatje van een huis, ziet hij zowel de voorkant, de zijkant, de achterkant en de bovenkant, als een driedimensionaal bewegende beeld.

Op die manier kijkt hij ook naar letters en woorden. Daarbij is echter maar een vorm goed, terwijl de leerling de letter d evengoed als b, p of q ziet. Het vraagt dus veel inspanning om de woorden goed te begrijpen en te schrijven. Als een woord is gekoppeld aan een beeld, leert de leerling het beeld te zien. Bij de letters s c h o o l, leert hij zich een beeld te vormen van de het gebouw waar hij iedere dag naar toe gaat.

Rijdt mijn trein nou of ......
Maar bij woorden waar dat niet zo gemakkelijk gaat, wordt dat beeld niet gevormd en komt de goede verklanking met veel moeite tot stand. Dat vraagt veel concentratie, zoveel dat het nauwelijks is op te brengen. Het kan leiden tot vervreemding en zelfs tot fysieke klachten. Voor de niet-dyslectici: het verstoren van het evenwicht is een beetje te vergelijken met de situatie dat je in een trein zit en je bespeurt plotseling beweging en je denkt dat jouw trein rijdt, terwijl de ander in beweging komt.

Voor het leren heeft dat logischerwijze een aantal mogelijke gevolgen. Het lastige is, dat lang niet elke dyslectische leerling dezelfde gedragsverschijnselen heeft. Het kan zijn dat de leerling oververmoeid is en meer fouten gaat maken bij lezen en schrijven, dat ze proberen taken te vermijden en faalangst ontwikkelen. Je ziet ook, dat deze leerlingen onrustig zijn, of dagdromen. Naast de vaak schrijnende problemen met spelling en lezen, vallen deze leerlingen dus ook op door hun gedrag (dat een gevolg is van hun dyslexie).


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen