maandag 18 februari 2013

De mogelijkheden van ict (en zonder ict)

Hulpmiddelen hebben pas echt nut als ze ingebed zijn in het leren en het pedagogisch klimaat in de klas, als ze passen bij de leerling en samen met die leerling zijn overeengekomen.Ict-oplossingen zijn geweldig en erg ondersteunend voor deze leerlingen, maar het is een middel. Begrip, aandacht en feedback zijn het fundament.

Positieve conclusies onderzoek
Afspraken met leerlingen kunnen worden vastgelegd in een dyslexiepas. Die pas zit in de systemen van de school, is regelmatig onderwerp van gesprek met de leerling en draagt de leerling zelf bij zich (de leerling is verantwoordelijk!). Dat geeft de kans om met leraren te overleggen wat dat betekent voor die specifieke les. Een belangrijk advies is om de keuze te beperken, het gaat vooral om programma’s die veel mogelijkheden bieden. Er is recent onderzoek gedaan naar het effect van deze middelen en dat wijst uit, dat – zoals altijd: passend ingezet – deze middelen erg helpen.

Conclusie:
‘Met de huidige resultaten kunnen we voorzichtig concluderen dat compenserende software een positief effect heeft op de lees- en spellingprestaties van leerlingen.

Tevens beseffen leerlingen beter het belang van leren lezen. Daarnaast blijkt dat ook het sociaal-emotioneel functioneren, waaronder het zelfvertrouwen en de taakmotivatie, van leerlingen positief beïnvloed wordt. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat bij de meerderheid van de leerlingen de werkhouding vooruit gaat. De concentratie, het werktempo en de zelfstandigheid verbeteren als er gewerkt wordt met geavanceerde compenserende software. Tevens zijn er duidelijke aanwijzingen dat leerlingen over het algemeen enthousiast zijn over het werken met dyslexiesoftware. ( Onderzoek Marrith Hoenderken , Tijdschrift voor Remedial Teaching, maart 2012)

Voorbeelden voor po en vo scholen
  • ‘Sprint’ voor het ondersteunen van het lezen
  • ‘Daysy-speler’ voor leerlingen met een ernstige vorm van dyslexie
  • en voor het lezen van methoden en boeken
  • ‘Mindmap software’ voor het structureren en voorbereiden van spreekbeurten
  • ‘Methode afhankelijke software’ voor het automatiseren van de spelling
  • ‘Kurzweill 3000’ of ‘Claroread’
  • ‘Mindmapsoftware’ voor het structureren van de leerstof
  • ‘Reading pen’: voor de MVT op woordniveau
  • ‘Methode afhankelijke software’
  • ‘Teach 2000’ of ‘Overhoor’ voor het leren van vocabulaire

Bron: www.kennisnet.nl


maandag 11 februari 2013

Lezen

Lezen is een breed terrein. Het gaat om leren lezen, wat we ‘technisch lezen’ noemen. Dat is het verklanken van een tekst. Dat is bij dyslectische leerlingen vaak lastig.

Koorlezen is zo slecht nog niet
Voor lezen is het mogelijk om teksten in de klas te laten voorlezen door andere leerlingen of door voorleessoftware. Daardoor kan de leerling direct naar de inhoud van de tekst en is het tekort aan vaardigheid in technisch lezen geen belemmering om de vakinhoud te leren.

De leraar kan in de lay-out van opdrachten zorgen voor meer witregels en een groter lettertype. Op die manier zorg je dat lezen bij het leren geen belemmering is, maar werk je niet aan het verbeteren daarvan. Werken aan de verhoging van het niveau van het technisch lezen zelf is geen taak voor de meeste leraren, buiten de taal/leesles.

Het terrein van de RT en de dyslexiebegeleider
Dat hoort thuis op het speciale terrein van de RT en de dyslexiebegeleider. Daar wordt systematisch gewerkt aan leesvaardigheid door b.v. Ralfi-lezen (zie www.ralfi.nl), rolwisselend lezen of sleeplezen (www.sleeplezen.nl).

Eraan bijdragen kan wel. De leraar kan b.v. bij hardop lezen van stukken tekst de betreffende leerling ruim van te voren aangeven welk stuk hij gaat lezen, zodat hij zich daarop kan voorbereiden. Bedenk dat bij het verklanken van een tekst de kennis over het onderwerp van de tekst behoorlijk meeweegt.

Zeker bij dyslectische leerlingen die zich een concrete, beeldende voorstelling van de inhoud maken. Zorg er dus voor dat de inhoud van de tekst reeds bekend is en laat niet zomaar nieuwe stukken tekst hardop lezen. En … met de hele klas samen korte stukjes tekst gezamenlijk te lezen (koorlezen), lijkt een specifieke basisschool activiteit, maar helpt de zwakke lezer enorm.

Begrijpend lezen, spelling en schrijven
Een leerling met dyslexie moet het hebben van het begrijpen van de tekst. Hij kan dit niet, zoals veel leerlingen doen, door de tekst herhaaldelijk te lezen. Voorleessoftware helpt om tijdens het lezen de aandacht te kunnen richten op de inhoud.

Mindmappen
indmappen helpt om de lesstof in hoofdzaken en bijzaken te onderscheiden waardoor het beter opgeslagen wordt. Didactisch gezien is het noodzakelijk dat iedere docent de structuur van zijn methode, bv. de opbouw van de spelling , het grote geheel zelf heel goed kent en daar zijn didactiek op afstemt.

Begrijpend lezen
Bij begrijpend lezen zijn de kansen groter. Bovendien is het belangrijker om in de vakles ondersteuning op begrijpend lezen te bieden. Zonder begrip van de tekst is er immers geen leren mogelijk. Het allerbelangrijkst voor begrip is, zoals bij technisch lezen al genoemd, de leerling met voorkennis de tekst te laten lezen. De negatieve spiraal van slecht lezen à weinig lezen à weinig kennis opbouwen à minder begrijpen à nog minder (zin in) lezen à lezen afleren, kun je alleen doorbreken door kennis op te bouwen vóór het lezen. Ook dit is natuurlijk weer voor alle leerlingen belangrijk, maar voor dyslectische leerlingen is het van levensbelang.Het helpt om alle inhoud van de tekst al van te voren te behandelen en daarbij veel beeldmateriaal te gebruiken. Gelukkig is er beeldbank, YouTube en digibord! Het helpt om al van te voren de betekenisdragende woorden te bespreken, er plaatjes bij te zoeken en eenvoudige omschrijvingen met beeldende voorbeelden te geven.

Pas als een leerling zo gewapend een tekst ingaat heeft het zin om aanvullende dingen te doen, zoals groter lettertype, rustige lay-out, leespen, voorleessoftware e.d.
Leerlingen hoeven overigens niet allemaal dezelfde tekst op hetzelfde moment te lezen. Het is mogelijk om leerlingen zelf uit een aantal teksten te laten kiezen, waarbij de binding met het onderwerp voorop staat. Ook is het mogelijk om teksten op een ander niveau te lezen. Programma’s als Nieuwsbegrip geven wekelijks 5 teksten over hetzelfde actuele onderwerp op verschillend niveau.

Dat geeft kansen om leerlingen die dat nodig hebben een makkelijkere tekst te laten lezen. Het helpt ook om de over de tekst te praten. Bij het examen kan dat niet, maar bij het leren is het noodzakelijk. Praten over de tekst is verwerken en dus leren. En een tekst verwerken door alleen opdrachten te maken is voor dyslectische leerlingen dodelijk (en voor alle anderen onnuttig).

Zoek naar manieren om de inhoud te verwerken. Dat kan door mindmaps te maken. Daarbij komt het beeldend vermogen van de dyslecticus weer van pas. Het kan ook door stellingen te maken bij de tekst en in discussie of debat te gaan, door leerlingen in tweetallen te laten bespreken wat de voornaamste informatie is, door een sheet te maken met 5 bullets van de tekst, door de tekst te verwerken in een foto, living statue, poster, etc.

Bronnen
Bronnen zijn er voldoende. Via de website van eenvoudig communiceren zijn er veel teksten te vinden op lagere leesniveaus, zowel voor informatieteksten (b.v. de PRO-krant) als fictie. Naast Nieuwsbegrip geeft ook Schoolsupport informatieve teksten op 5 niveaus en speciaal voor zwakke lezers maken ze ook verhalen in stripvorm . Als het om fictielezen gaat zijnluisterboeken (bijv. lekker luisteren) ook een uitstekende manier om leerlingen aan het lezen te krijgen . Zeker bij fictielezen is het belangrijk om teksten te lezen die aansluiten bij de leeftijd van de leerling, maar wat betreft leesniveau makkelijker zijn. Dat is precies wat ‘eenvoudig communiceren’ biedt.

Het verschil zit hem in de leerkracht
Zonder de overige interventies tekort te doen, is bij de bijdrage van docenten aan het begrijpend lezen de grootste winst te behalen voor dyslectische leerlingen. Stel je voor dat het je lukt door het hele repertoire van ophalen van voorkennis, beeldend materiaal zoeken, samenwerkend leren toepassen, gevarieerd de inhoud verwerken, dyslectische (en andere) leerlingen met vertrouwen en interesse te laten lezen…….dan lukt het om de negatieve spiraal om te buigen. De winst wordt in alle andere gebieden van taal en leren en gedrag zichtbaar. Ict-middelen kunnen daar zeer bij ondersteunen: actuele digitale teksten, teksten laten voorlezen met software, filmfragmenten erbij als ondersteuning, teksten digitaal in een groter lettertype aflezen. Alles wat helpt om de leerling met vertrouwen met teksten te laten werken, waardoor leren mogelijk wordt is nodig.

Spelling en schrijven
Bij spelling en schrijven zijn vaak vaardigheden die bij elkaar worden genoemd. Met name voor dyslectische leerlingen is het belangrijk ze uit elkaar te halen. Spelling is vaak het zorgenkind en beïnvloedt de beeldvorming bij schrijven. Maar het schrijven van teksten vraagt andere vaardigheden dan het goed spellen van woorden en vraagt dus ook andere acties van de leraar. Het schrijven ondersteunen ten dienste van het leren, is mogelijk door dyslectische leerlingen dat minder te laten doen. Aantekeningen maken is vaak voor hen lastig en het helpt dus om een medeleerling in te schakelen om daarbij te helpen of om aantekeningen van digibord te mailen naar de leerling, zodat hij ze op de eigen laptop heeft.

Een eigen laptop
Een eigen laptop of tablet (met toetsenbord) is gewoon voor iemand met dyslexie. Schrijven van lappen tekst is voor alle leerlingen een noeste arbeid, maar voor dyslectische leerlingen welhaast onmogelijk. Dan is het makkelijk om een stukje opnieuw te doen, het lettertype op de goede grootte te krijgen en hulpmiddelen van het net in te schakelen. Bij ‘zwaardere’ gevallen is software die gesproken tekst in schrift omzet ook geschikt. De vermoeiende activiteit van het schrijven zelf moet zoveel mogelijk worden verminderd. De leerling heeft zijn handen en hoofd al vol met het complexe schrijfproces van zinnen maken, gedachten ordenen, het publiek in gedachten houden, tekstopbouw construeren enz. Als het gaat om aantekeningen maken in een schrift of opdrachten maken uit een lesboek, helpt de laptop ook. Dan helpt ook dat de leraar gefocust blijft op de inhoud van de boodschap en niet op de brokkeligheid van de zinnen.

Spelfouten tellen niet
Bij spelling helpt het om spellingkaarten en regelkaarten op de bank te hebben, ook bij toetsen. Ook hier zijn digitale hulpmiddelen onmisbaar. Het best werkt het, als de leerling een eigen laptop heeft met spellingscorrector, woordvoorspeller en spraakherkenningen. Ten overvloede…. spelfouten meetellen bij proefwerken van een vak is weer onnuttig voor alle leerlingen en bijna dodelijk voor dyslectici.

Bron: www.kennisnet.nl


maandag 4 februari 2013

De inzet van hulpmiddelen

Hulpmiddelen voor dyslectische leerlingen zijn er veel. Ze zomaar gebruiken heeft echter niet veel effect. Het advies is om een paar goede programma’s uit te kiezen, en te zorgen dat je alle mogelijkheden van dit programma kent.

Opluchting na erkenning
Hulpmiddelen voor dyslectische leerlingen zijn er veel. Ze zomaar gebruiken heeft echter niet veel effect. Het advies is om een paar goede programma’s uit te kiezen, en te zorgen dat je alle mogelijkheden van dit programma kent. Eventueel kan de leerkracht ouders sites aanbevelen waar kinderen thuis mee kunnen oefenen: bijvoorbeeld:Woordkasteel, Woordenhaai, Flitskikker.

Vaak raken leerlingen het vertrouwen kwijt dat ze kunnen leren lezen op tempo en schrijven zonder fouten. Als erkend wordt wat er aan de hand is zijn leerlingen vaak enorm opgelucht. Op school worden dan handelingsafspraken gemaakt die gericht zijn op:

  • stimuleren (verhogen van motivatie)
  • compenseren (hulpmiddelen ter beschikking stellen
  • remediëren (een extra impuls om de achterstanden in te lopen).

Compenseren en dispenseren met ict
Er kunnen vanaf vanaf groep 5 voor leesproblemen en dyslexie compenserende en dispenserende maatregelen worden genomen met behulp van ict. In het voorbeeld wordt ‘sprint’ genoemd.

Sprint
Sprint ondersteunt het technisch en begrijpend lezen, Sprint leest een tekst, alinea, zin, woord, lettergreep of één enkele letter voor. Tijdens het voorlezen worden de woorden gemarkeerd en dit stuurt de aandacht waardoor de leerling actief meeleest. Compenserend effect: de leerling luistert naar de tekst en leest ondertussen mee, hij krijgt gelijktijdig visuele en auditieve input. Dispenserend: het lezen wordt voor de leerling vervangen, hij kan zich concentreren op het luisteren.

Gewoon in gesprek
Alle hulpmiddelen moeten gericht zijn op het leren van die ene leerling en dat vraagt meer dan het alleen aanschaffen en inzetten. Het gaat ook om contact met de leerling en met het kind snappen wat er speelt. Gewoon in gesprek. De leraar komt dan te weten hoe de leerling reageert op zijn dyslexie en dat is belangrijk om te bepalen wat mogelijk kan helpen. Is de leerling gemotiveerd en stevig en kan hij de extra inspanningen aan? Of is de leerling snel afgeleid, snel moe en heeft hij naast zijn dyslexie nog andere gedragsverschijnselen?

Het is ook nuttig aandacht te besteden aan het bijzondere talent van beeldend vermogen dat veel dyslectische leerlingen hebben. Deze leerlingen kunnen met andere zintuigen leren werken, in kleur en beeld en beweging. Met dit alles in gedachten is het goed om te kijken wat de leraar dan in de klas, met de leerlingen kan doen. Het gaat erom om vanuit kennis van wat dyslexie is, vanuit begrip voor wat het voor die ene leerling betekent, vanuit het persoonlijke contact en vanuit het uitdagende leerklimaat een aantal concrete maatregelen toe te passen die de lastige verschijnselen compenseren.

Tips
Vraag aan leerlingen hoe ze het aanpakken en waar ze steun aan hebben. Leer ze strategieën en help ze te plannen. Kinderen met dyslexie komen altijd tijd tekort! Laat leerlingen met dyslexie elkaar vertellen hoe ze het doen en wat ze daarbij gebruiken


Bron: www.kennisnet.nl





zondag 3 februari 2013

Dyslexie in familie zorgt voor tien keer zo grote kans op dyslexie

Kinderen met dyslexie in de familie hebben een tien keer zo grote kans om dyslectisch te worden dan kinderen zonder dyslexie in de familie.

Kinderen met een familiair risico op dyslexie en bij wie het later werd vastgesteld, scoorden als kleuter zwak op taal en voorschoolse vaardigheden. De risicokinderen die geen dyslexie ontwikkelden, vertoonden op sommige vaardigheden milde tekorten.

Elsje van Bergen laat in haar promotie-onderzoek zien dat dyslexie niet een alles-of-niets-conditie is, maar dat het risico op het ontwikkelen ervan continu verdeeld is. De leesvaardigheden van ouders bleken bovendien indicatief voor het risico dat kinderen lopen. Hoe zwakker de ouder, des te groter de kans voor het kind om dyslectisch te worden.

In het onderzoek werden kinderen met en zonder familiair risico vanaf de geboorte 9 jaar lang gevolgd. Nadat ze een paar jaar leesonderwijs hadden gehad, kon worden vastgesteld welke risicokinderen dyslexie hadden ontwikkeld.

Mw. E. van Bergen: Who will develop dyslexia? Cognitive precursors in parents and children. Promotoren zijn dhr. prof. dr. P.F. de Jong en dhr. prof. dr. D.A.V. van der Leij. Co-promotor is dhr. prof. dr. F.J. Oort.

Presentatie op do. 14 feb. 2013 om 14:00 in de Agnietenkapel,
Oudezijds Voorburgwal 229 - 231 | 1012 EZ Amsterdam
(020) 525 2362

Toegang vrij

Gepubliceerd door:  UvA Persvoorlichting




maandag 28 januari 2013

Wat zijn de onderwijsbehoeftes van een dyslectisch kind?

De onderwijsbehoeftes van een leerling met dyslexie zijn:
  • Succeservaringen met lezen
  • Inzicht in spelling
  • Passende hulpmiddelen voor het lezen en de spelling
  • Aandacht en begrip
  • Klassemanagement en dyslexie
Het protocol dyslexie( protocol 2004) beschrijft uitgangspunten die een school in acht kan nemen bij het omgaan met dyslexie in de klas. Het zijn:
  • Geïntegreerde aanpak: Begeleiding vindt zo veel mogelijk plaats binnen de reguliere lessen. “daar waar de leerling het grootste gedeelte van de tijd doorbrengt, namelijk bij de verschillende docenten die de vakken verzorgen, is de meeste winst te behalen.” Bijkomend voordeel is dat andere leerlingen ook van de maatregelen profiteren: “veel maatregelen die voor dyslectici van belang zijn, komen alle leerlingen ten goede.”
  • Uitgaan van de leerling: Het is een “absolute voorwaarde voor een succesvolle begeleiding”. De begeleiding is een resultaat van overleg: wat is goed voor deze leerling.
  • De leerling is medeverantwoordelijk: Leerlingen hebben verschillende problemen en hebben op maat gesneden ondersteuning nodig. Meedenken vergroot de motivatie.
  • Economisch principe: Dat betekent dat de maatregelen er op uit zijn om met minimale inspanning een maximaal resultaat te behalen.
Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op de haalbaarheid van interventies. Het is onmogelijk om in een klas met 25 of meer kinderen, voor ieder kind met een zorgindicatie iets speciaals te doen. En dan hebben we het nog niet over de kinderen die geen indicatie hebben en ook zorg nodig hebben.

Veel interventies die goed zijn voor kinderen met een zorgindicatie zijn ook goed voor de andere leerlingen.(rijke leeromgeving). Integreer dus wat goed is voor kinderen met dyslexie in je aanpak (didactiek).






maandag 21 januari 2013

Dyslexie en het gedrag

Opvallend is, dat leraren ook veel kenmerken noemen van dyslexie die niet direct met lezen en schrijven te maken hebben. Dat sluit aan bij wat hieronder beschreven is. Gedragsproblemen of problemen met woordenschat zijn dan eerder een gevolg van dyslexie. Door deze kenmerken te observeren krijgt de leraar wel een breder beeld van de problemen van de leerling en is het beter mogelijk om maatwerkoplossingen te bieden. Problemen worden verder gesignaleerd bij spreken ( weinig structuur in presentaties) en beperkte woordenschat of verkeerd woordgebruik.

Deze problemen hebben gevolg voor het gedrag van leerlingen. Vaker zijn ze onzeker, hebben weinig vertrouwen, en hebben faalangst. Daardoor zijn ze afwachtend, nemen geen initiatief en geven snel op. Het gevolg is slechte prestaties en motivatieproblemen. Vaak vertonen deze leerlingen ook vermijdingsgedrag: ‘maak jij het verslag maar (ik heb dyslexie!), opdrachten vooruit schuiven of een smoes bedenken de opdracht niet te doen.

Technisch-en begrijpendlezen, spelling en schrijven
Er zijn verschillende kenmerken van dyslexie. Zij kunnen verdeeld worden over de volgende onderdelen van taal en leren.

Technisch lezen:
• moeite met hardop lezen / moeite met oplezen/voorlezen
• slecht leestempo / lange leestijd nodig
• woorden lezen die er niet staan

Wat betreft ict, is een nieuwe ontwikkeling ‘sleeplezen’. Sleeplezen is een werkwijze m.b.v. een pen waarbij de tekst meegelezen wordt en de leerling de tekst markeert. Op die manier gaat een leerling van lieverlee meer tempo maken en neemt het technisch lezen toe.

Zie de website: www.sleeplezen.nl en het artikel ‘lezen zoals je praat’.

Citaat:
“Het is een combinatie van leesstrategie en leestherapie, directief en gericht op vloeiendheid en tempo. Sleeplezen® maakt gebruik van een pen die niet schrijft maar een felgekleurde punt heeft.

De woorden in een zin worden tijdens het Sleeplezen® allemaal aan elkaar geplakt tot één lang woord, terwijl de pen van de begeleider in een gelijkmatig tempo bovenlangs de tekst schuift. Zinnen worden zonder pauzes gelezen waardoor je als het ware leest zoals je praat.

Er is tijdens het lezen geen aandacht voor en feedback op wat niet goed gaat. De begeleider let alleen op de techniek en de manier van lezen. Het gaat erom dat de leerling de penpunt heel precies volgt en de klanken die eronder staan Uitspreekt”

Begrijpend lezen
• weinig begrip van de tekst, lezen op woord- en zinsniveau
• begrijpen de opdracht niet en geschreven instructie verkeerd
• slechte resultaten bij schriftelijke overhoringen

Voor begrijpend lezen en technisch lezen zijn meeleesboeken helpend. De tekst wordt gelezen door de computer en de leerling wijst mee. Meelees e-books zijn te vinden op: ·
E-boeken Rian Visser
Dijkstra Hardenberg
Coda junior

Spelling
veel spellingfouten, waarbij de leerling zegt “ja, maar ik heb dyslexie”, bijvoorbeeld punten op de verkeerde plaats, letters in spiegelschrift, spelling past niet bij woordbeeld, geen punten en komma’s, letters verwisseld.
spellingregels niet vasthouden.

Ook hier helpen oefenprogramma’s met ict met directe feedback:
Woef
Muiswerk
Woordenhaai

Schrijven
• lang nadenken bij schrijven, veel tijd nodig om gedachten te ordenen
• korte antwoorden bij reflectievragen;
• verkeerde, rommelige, onduidelijke opbouw van de tekst
• Slecht handschrift

Programma’s om gedachten te ordenen in mindmaps en dyslectische leerlingen van tablet of computer gebruik te laten maken, helpt. Ook het gebruik van de spellingcorrector. Dyslectische leerlingen zijn gebaat met software die gesproken tekst omzet in geschreven. Dat kan b.v. met Dragonnaturallyspeaking 




maandag 14 januari 2013

DE dyslect bestaat niet...

Het is namelijk altijd een specifiek kind met zijn/haar eigen karakter en de mate van dyslexie.

Leerlingen met dyslexie vragen een specifieke aanpak. Doordat ze minder makkelijk leren lezen en schrijven en daardoor met meer moeite teksten schrijven vraagt dat van hen buitengewone inspanning. Overconcentratie kan daarvan even goed het resultaat zijn, als vermijdingsgedrag of motivatieverlies.

Op het persoonlijke vlak zijn deze leerlingen in het ene uiterste ultieme doorzetters die vertrouwen in zichzelf houden, in het andere geval kampen ze met een laag zelfbeeld. Kortom, het vraagt veel van de leraar om deze leerlingen erbij te houden, aandacht te hebben voor hun situatie en onderwijs te ontwerpen waarbij dyslexie geen hindernis meer is en de leerling op zijn intellectuele niveau kan presteren.

Kijken in 3D
Een leerling met dyslexie heeft de eigenschap om snel beelden te vormen. Het bijzondere daarbij is, dat hij de beelden tegelijk van alle kanten kan waarnemen. Bij het zien van een plaatje van een huis, ziet hij zowel de voorkant, de zijkant, de achterkant en de bovenkant, als een driedimensionaal bewegende beeld.

Op die manier kijkt hij ook naar letters en woorden. Daarbij is echter maar een vorm goed, terwijl de leerling de letter d evengoed als b, p of q ziet. Het vraagt dus veel inspanning om de woorden goed te begrijpen en te schrijven. Als een woord is gekoppeld aan een beeld, leert de leerling het beeld te zien. Bij de letters s c h o o l, leert hij zich een beeld te vormen van de het gebouw waar hij iedere dag naar toe gaat.

Rijdt mijn trein nou of ......
Maar bij woorden waar dat niet zo gemakkelijk gaat, wordt dat beeld niet gevormd en komt de goede verklanking met veel moeite tot stand. Dat vraagt veel concentratie, zoveel dat het nauwelijks is op te brengen. Het kan leiden tot vervreemding en zelfs tot fysieke klachten. Voor de niet-dyslectici: het verstoren van het evenwicht is een beetje te vergelijken met de situatie dat je in een trein zit en je bespeurt plotseling beweging en je denkt dat jouw trein rijdt, terwijl de ander in beweging komt.

Voor het leren heeft dat logischerwijze een aantal mogelijke gevolgen. Het lastige is, dat lang niet elke dyslectische leerling dezelfde gedragsverschijnselen heeft. Het kan zijn dat de leerling oververmoeid is en meer fouten gaat maken bij lezen en schrijven, dat ze proberen taken te vermijden en faalangst ontwikkelen. Je ziet ook, dat deze leerlingen onrustig zijn, of dagdromen. Naast de vaak schrijnende problemen met spelling en lezen, vallen deze leerlingen dus ook op door hun gedrag (dat een gevolg is van hun dyslexie).